Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
.
Gerechtshof Amsterdam
De gemeente Den Helder vordert in hoger beroep een verhoging van de door de rechtbank vastgestelde onderhoudsbijdrage van de biologische vader van een minderjarige van €97 naar €250 per maand. De vader betwist zijn onderhoudsplicht op basis van het feit dat hij slechts een eenmalige seksuele relatie met de moeder had en geen affectieve band met het kind onderhoudt.
Het hof oordeelt dat de wettelijke onderhoudsplicht van de verwekker niet afhankelijk is van de aard of bestendigheid van de relatie tussen ouders. Ook bij eenmalig contact blijft de onderhoudsplicht bestaan. Voor de bepaling van de behoefte van het kind dient rekening te worden gehouden met de financiële middelen van zowel de moeder als de vader, ook wanneer er geen gezamenlijke huishouding is geweest.
De vader heeft geen financiële gegevens verstrekt, waardoor de gemeente ambtshalve de onderhoudsbijdrage op €250 heeft vastgesteld. Het hof volgt deze berekening en wijst het beroep van de gemeente toe. Tevens wordt bepaald dat bij niet-tijdige betaling de achterstand ineens met wettelijke rente voldaan moet worden. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De onderhoudsbijdrage van de biologische vader wordt vastgesteld op €250 per maand met ingang van 1 oktober 2015.