ECLI:NL:GHAMS:2017:4995
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bevel gevangenhouding primair feit en bevestiging subsidiair feit in drugshandelzaak
Het gerechtshof Amsterdam heeft in hoger beroep de beschikking van de rechtbank Noord-Holland vernietigd die de gevangenhouding van verdachte betrof voor het primaire feit van invoer van cocaïne. De officier van justitie had tegen het gedeeltelijk niet toegewezen bevel door de rechter-commissaris geen hoger beroep ingesteld, waardoor het bevel voor het primaire feit niet in stand kon blijven.
Het hof stelde echter ernstige bezwaren vast tegen het subsidiaire feit van het aanwezig hebben van cocaïne. De onderzoeksgrond bleef van toepassing en de zogenoemde twaalfjaarsgrond was niet langer relevant. Daarnaast voegde het hof het gevaar voor herhaling toe als grond voor voorlopige hechtenis.
Gezien de hoeveelheid aangetroffen verdovende middelen en de betrokkenheid van meerdere personen, waaronder verdachte, achtte het hof de verdenking van professionele drugshandel aannemelijk. Gezien eerdere veroordelingen van verdachte voor overtreding van de Opiumwet was de vrees gerechtvaardigd dat verdachte bij vrijlating opnieuw in drugshandel zou kunnen vervallen, wat een gevaar vormt voor de gezondheid en veiligheid van personen.
Daarom werd het bevel tot gevangenhouding voor het subsidiaire feit bevestigd voor een periode van 90 dagen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het bevel gevangenhouding voor het primaire feit en bevestigt het bevel voor het subsidiaire feit voor 90 dagen.