ECLI:NL:GHAMS:2017:5042
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak mishandeling wegens onvoldoende bewijs na afwijkende getuigenverklaringen
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter Noord-Holland inzake mishandeling op 2 december 2014 te Schagen. De verdachte werd ervan beschuldigd het slachtoffer met een kettingslot of hard voorwerp te hebben geslagen.
Tijdens het hoger beroep constateerde het hof dat de aangifte van het slachtoffer zonder tolk was opgenomen, terwijl deze de Nederlandse taal onvoldoende machtig was. Bovendien week de verklaring van het slachtoffer bij de raadsheer-commissaris wezenlijk af van de oorspronkelijke aangifte. Ook getuigenverklaringen verschilden opvallend tussen politie en raadsheer-commissaris.
Door deze tegenstrijdigheden kon het hof niet met voldoende zekerheid vaststellen wat zich precies had voorgedaan. Hierdoor werd het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen verklaard, wat leidde tot vrijspraak van de verdachte.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €400 gevorderd, waarvan €200 was toegewezen in eerste aanleg. Nu de verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de schadevordering en bepaalde dat partijen hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in schadevordering.