ECLI:NL:GHAMS:2017:5046

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 november 2017
Publicatiedatum
8 december 2017
Zaaknummer
200.223.249/01 OK
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet ontvankelijkheid verzoek onderzoek beleid en gang van zaken Adcim Beheer B.V.

Verzoekster [A] heeft de Ondernemingskamer verzocht een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Adcim Beheer B.V. te bevelen, onmiddellijke voorzieningen te treffen en Adcim Beheer te veroordelen in de kosten van het geding. Na het indienen van het verzoekschrift en diverse producties, hebben Adcim Beheer en belanghebbende [B] verweer gevoerd en verzocht verzoekster niet ontvankelijk te verklaren.

Kort voor de mondelinge behandeling heeft verzoekster haar verzoek ingetrokken, mede vanwege het feit dat er weer overleg mogelijk leek te zijn tussen haar en haar echtgenoot [B]. De Ondernemingskamer heeft daarop de mondelinge behandeling geannuleerd en verzoekster in de gelegenheid gesteld te reageren op een verzoek van Adcim Beheer en [B] om haar te veroordelen in de kosten van de procedure.

Verzoekster heeft verklaard dat het verzoek is ingetrokken vanwege nader overleg en niet om de echtscheidingsprocedure te beïnvloeden. De Ondernemingskamer oordeelt dat het ingetrokken verzoek geen beoordeling behoeft, verklaart verzoekster niet ontvankelijk en verwijst haar in de kosten van het geding tot op heden, begroot op € 3.398. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Verzoekster is niet ontvankelijk verklaard en in de kosten van het geding veroordeeld.

Uitspraak

beschikking
_______________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.223.249/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 6 november 2017
inzake
[A],
voorheen wonende te [....] ,
VERZOEKSTER,
advocaat:
mr. R.D. Rischen, kantoorhoudende te Rotterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ADCIM BEHEER B.V.,
gevestigd te Giessenburg,
VERWEERSTER,
advocaat:
mr. J.P.M. Borsboom, kantoorhoudende te Rotterdam,
en tegen
[B],
wonende te [....] ,
BELANGHEBBENDE,
advocaat:
mr. J.P.M. Borsboom, kantoorhoudende te Rotterdam,

1.Het verloop van het geding

1.1
Partijen worden hierna als volgt aangeduid:
  • verzoekster met [A] ;
  • verweerster met Adcim Beheer;
  • belanghebbende met [B] ;
1.2
[A] heeft bij op 15 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Adcim Beheer te bevelen, bepaalde onmiddellijke voorzieningen te treffen en Adcim Beheer te veroordelen in de kosten van het geding.
1.3
Bij op 18 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Rischen namens [A] de producties 16 en 17 in het geding gebracht.
1.4
Adcim Beheer en [B] hebben bij op 28 september 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht [A] in haar verzoek niet ontvankelijk te verklaren althans het verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.
1.5
Bij op 5 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Rischen namens [A] de producties 18 tot en met 21 in het geding gebracht.
1.6
Bij op 6 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen brief heeft mr. Borsboom namens Adcim Beheer en [B] de producties 13 tot en met 15 in het geding gebracht.
1.7
Bij e-mailbericht van 11 oktober 2017 om 13:12 uur gericht aan de Ondernemingskamer heeft mr. Rischen namens [A] het verzoek bedoeld onder 1.2 ingetrokken. In de brief die als bijlage bij het e-mailbericht is gevoegd staat dat om [A] moverende redenen, mede ingegeven door het feit, dat er weer enig overleg mogelijk lijkt te zijn tussen haar en haar echtgenoot, [B] , [A] haar verzoek intrekt.
1.8
De secretaris van de Ondernemingskamer heeft bij brief van 11 oktober 2017 de advocaten van partijen geïnformeerd dat mr. Rischen namens [A] de verzoeken in deze zaak heeft ingetrokken, dat de voor 12 oktober 2017 geplande mondelinge behandeling niet door zal gaan en dat zonder schriftelijke tegenbericht uiterlijk op 23 oktober 2017 de Ondernemingskamer het dossier zal sluiten.
1.9
Mr. Borsboom heeft bij op 12 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen V-formulier de Ondernemingskamer verzocht [A] te veroordelen in de kosten van de procedure. Daartoe heeft mr. Borsboom – onder andere – aangevoerd dat het verzoekschrift minder dan 24 uur vóór de mondelinge behandeling is ingetrokken en dat uit de toelichting moet worden afgeleid dat het verzoekschrift is ingediend om overleg tussen [A] en [B] in de echtscheidingsprocedure te forceren, hetgeen kwalificeert als oneigenlijk gebruik van de enquête bevoegdheid.
1.1
Bij brief van 16 oktober 2017 heeft de secretaris van de Ondernemingskamer [A] in de gelegenheid gesteld te reageren op het bericht van mr. Borsboom bedoeld in 1.9.
1.11
Bij op 16 oktober 2017 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen V-formulier heeft [A] de Ondernemingskamer bericht dat – kort gezegd–het verzoek is ingetrokken in verband met nader overleg met de advocaat van [B] in de echtscheidingsprocedure om de verstandhouding niet op de spits te drijven en dat het verzoekschrift is ingediend vanwege reëele bezwaren die [A] had en niet vanwege de echtscheidingsprocedure. Adcim dient daarom in de kosten van de procedure veroordeeld te worden, aldus [A] .

2.De gronden van de beslissing

2.1
De Ondernemingskamer oordeelt als volgt. [A] heeft haar verzoek ingetrokken. Dit betekent dat het verzoek geen beoordeling en beslissing meer behoeft en dat [A] niet ontvankelijk in haar verzoek is.
2.2
Nu het verzoek van [A] is ingetrokken na indiening van het verweerschrift door Adcim Beheer en [B] en minder dan 24 uur vóór de mondelinge behandeling op 12 oktober 2017, zal de Ondernemingskamer [A] verwijzen in de kosten gevallen op dit geding aan de zijde van Adcim Beheer en [B] . Nu niet gesteld of gebleken is dat [A] het instellen van het verzoek gelet op de evidente ongegrondheid ervan achterwege had moeten laten, ziet de Ondernemingskamer geen aanleiding om [A] tot meer dan de kosten volgens het gebruikelijke, forfaitaire tarief te veroordelen.

3.De beslissing

De Ondernemingskamer:
verklaart [A] niet ontvankelijk in haar verzoek;
verwijst [A] in de kosten van het geding tot op heden, aan de zijde van Adcim Beheer B.V. en [B] begroot op € 3.398;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
De beschikking is gegeven door mr. G.C. Makkink, voorzitter, mr. A.J. Wolfs en mr. M.A. Goslings, raadsheren, en drs. P.R. Baart en drs. C. Smits-Nusteling, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 6 november 2017.