ECLI:NL:GHAMS:2017:5074
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Geschil over mentorschap voor verstandelijk beperkte vrouw na echtscheiding ouders
De zaak betreft een geschil over het mentorschap van een verstandelijk beperkte vrouw, geboren in 1994, die bij haar moeder woont sinds de echtscheiding van haar ouders. De moeder was aanvankelijk benoemd tot mentor, maar later werd een onafhankelijke derde als mentor aangesteld. De vrouw in hoger beroep verzocht haar alsnog als mentor te benoemen, terwijl de man dit afwees.
De vrouw voert aan dat zij al 22 jaar voor haar dochter zorgt en haar vertrouwenspersoon is, en dat een onafhankelijke mentor het vertrouwen van de dochter zou schaden. De man stelt dat de dochter niet zelfstandig kan beslissen en beïnvloed wordt door de moeder, die ook het contact tussen vader en dochter belemmert. Er is sprake van een loyaliteitsconflict bij de dochter.
Het hof overwoog dat de dochter weliswaar haar voorkeur kan uitspreken, maar sterk afhankelijk is van anderen en last heeft van de conflicten tussen haar ouders. Gezien de communicatieproblemen en de loyaliteitsproblematiek acht het hof het niet in het belang van de dochter dat een van haar ouders het mentorschap uitoefent. Een onafhankelijke mentor kan de belangen van de dochter beter behartigen. Het hof bekrachtigde daarom de benoeming van de onafhankelijke mentor en wees het verzoek van de moeder af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de benoeming van een onafhankelijke mentor en wijst het verzoek van de moeder af.