ECLI:NL:GHAMS:2017:5190
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en afwijzing hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens vluchtgevaar
Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep behandeld van een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die in voorlopige hechtenis zit in het huis van bewaring Zaanstad. De verdachte betoogde dat de voorlopige hechtenis onrechtmatig was omdat hij zakelijke activiteiten vanuit een vast adres in Duitsland ontplooide en daarmee geen vluchtgevaar bestond.
Het hof heeft de stukken en de gronden van het vonnis van de rechtbank Amsterdam bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord. Ondanks de overgelegde bescheiden over de zakelijke activiteiten oordeelde het hof dat de verdachte geen duidelijke vaste woon- of verblijfplaats in een EU-land kon aantonen, waardoor het vluchtgevaar bleef bestaan.
Het hof achtte ook niet dat de voorlopige hechtenis evident buiten de bandbreedte van de gebruikelijke straffen viel, zoals bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv. Het verzoek van de verdachte tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het vluchtgevaar niet voldoende kon worden ingeperkt door schorsingsvoorwaarden.
De beschikking van het hof is op 13 december 2017 in raadkamer gegeven en bevestigt de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2017.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege aanhoudend vluchtgevaar.