ECLI:NL:GHAMS:2017:5193

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 december 2017
Publicatiedatum
15 december 2017
Zaaknummer
13/702874-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep tegen gevangenhouding wegens recidivegevaar

Het gerechtshof Amsterdam heeft op 13 december 2017 in raadkamer het hoger beroep behandeld van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2017, waarin een bevel tot gevangenhouding was uitgesproken. De verdachte verbleef in de Penitentiaire Inrichting Zaanstad en werd verdacht van het plegen van een nieuw delict terwijl hij in proeftijd liep.

Het hof heeft de stukken omtrent de voorlopige hechtenis bestudeerd, de advocaat-generaal gehoord en de verdachte bijgestaan door zijn raadsvrouw. Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en acht de vrees voor recidive nog steeds gerechtvaardigd, mede gelet op de justitiële documentatie en het feit dat verdachte opnieuw wordt verdacht van een strafbaar feit.

De verdediging voerde aan dat de justitiecontacten van verdachte verouderd zijn en dat sommige niet onherroepelijk zijn, waardoor deze geen bijdrage zouden leveren aan het recidivegevaar. Het hof verwerpt dit verweer omdat de wet dergelijke eisen niet stelt.

Daarom wijst het hof het beroep af en bevestigt het de gevangenhouding van verdachte.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de gevangenhouding wegens recidivegevaar.

Uitspraak

13/702874-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Penitentiaire Inrichting Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2017, voor zover houdende bevel tot zijn gevangenhouding.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsvrouw mr. J. Verstegen.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beschikking waarvan beroep, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, en de gronden waarop deze berust.
Het hof is van oordeel, gelet op de justitiële documentatie van de verdachte en het feit dat de verdachte in een proeftijd loopt en thans weer in voorlopige hechtenis verkeert, omdat hij ervan wordt verdacht opnieuw een delict te hebben gepleegd, dat er nog steeds sprake is van een gerechtvaardigde vrees voor recidive. Voor zover de raadsvrouw heeft aangevoerd dat de justitiecontacten van de verdachte gedateerd zijn dan wel de status van onherroepelijkheid missen en om die reden niet bij kunnen dragen aan het bestaan van recidivegevaar, stelt de raadsvrouw eisen die de wet niet kent.

13.702874-17

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
Deze beschikking is gegeven op 13 december 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. R. Veldhuisen en F.A. Hartsuiker, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mrs. S.A.M. Borg en S. Grote Ganseij als griffiers.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 13 december 2017,
de advocaat-generaal