ECLI:NL:GHAMS:2017:5367

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
20 december 2017
Publicatiedatum
22 december 2017
Zaaknummer
13/680215-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
  • J.L. Bruinsma
  • I.M.H. van Asperen de Boer - Delescen
  • Y.M.J.I. Baauw - de Bruijn
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 406 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing schorsing voorlopige hechtenis

De verdachte had bij de rechtbank Amsterdam een verzoek ingediend tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis, dat op 22 november 2017 werd afgewezen. Tegen deze beslissing stelde de verdachte hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam. Het hof heeft de stukken bestudeerd en de advocaat-generaal en verdachte gehoord.

Volgens artikel 406, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is hoger beroep tegen beslissingen omtrent voorlopige hechtenis slechts gelijktijdig met het hoger beroep tegen de einduitspraak toegestaan. De uitzondering in het tweede lid van dit artikel geldt niet voor de afwijzing van een verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis. Hierdoor is hoger beroep tegen deze beslissing niet mogelijk.

Het hof verklaart daarom de verdachte niet-ontvankelijk in zijn beroep. Deze beslissing is genomen in raadkamer op 20 december 2017 door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam. De advocaat-generaal brengt deze beschikking ter kennis van de verdachte.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot schorsing van voorlopige hechtenis.

Uitspraak

13/680215-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
wonende te [adres],
thans verblijvende in het huis van bewaring Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim,
tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 22 november 2017, houdende afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 24 november 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman C.C.J. Tuip.

De beoordeling

De beslissing waartegen het hoger beroep is gericht is een ter terechtzitting van de rechtbank Amsterdam op 22 november 2017 gegeven beslissing tot afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Ingevolge het bepaalde in artikel 406, eerste lid, Sv is hoger beroep slechts gelijktijdig met dat tegen de einduitspraak toegelaten. Het tweede lid van dat artikel noemt daarop een aantal uitzonderingen, maar daaronder is de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis niet begrepen. Nu geen hoger beroep tegen de beslissing tot schorsing van de voorlopige hechtenis openstaat, kan de verdediging daarin niet worden ontvangen.

De beslissing

Het hof:
VERKLAART de verdachte niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Deze beschikking is gegeven op 20 december 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. I.M.H. van Asperen de Boer - Delescen en Y.M.J.I. Baauw - de Bruijn, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 20 december 2017,
de advocaat-generaal