ECLI:NL:GHAMS:2017:5598

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 september 2017
Publicatiedatum
10 april 2018
Zaaknummer
23-001263-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 422 lid 2 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs bezit verdovende middelen in woning

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam waarin verdachte werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van circa 278,5 gram cocaïne in een woning te Vinkeveen.

De verdachte stond ingeschreven op een ander adres dan waar de doorzoeking plaatsvond en verklaarde nooit op het doorzochte adres te hebben gewoond of het te hebben betreden. Het openbaar ministerie stelde dat de doorzoeking op het betreffende adres had plaatsgevonden, maar kon niet aantonen dat verdachte daar daadwerkelijk woonde of de drugs in haar bezit had.

Het hof oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was en sprak verdachte vrij van de tenlastelegging. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken.

Deze uitspraak benadrukt het belang van het bewijs van feitelijke bewoning en het bezit van verdovende middelen voor een veroordeling in dergelijke zaken.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van bezit van verdovende middelen in de woning.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001263-16
datum uitspraak: 14 september 2017
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 30 maart 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-659380-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1958,
adres: [adres 1].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
31 augustus 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Het openbaar ministerie heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte ten laste gelegd dat:
zij op of omstreeks 10 december 2014 te Vinkeveen, gemeente De Ronde Venen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 278,5 gram cocaine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank.
Vordering van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.

Vrijspraak

Het hof is met de raadsman van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hiervan moet worden vrijgesproken.
De verdachte was destijds en is nog altijd ingeschreven op het adres [adres 1] in Vinkeveen. Zij heeft steeds verklaard dat zij op dat adres woonde. Zij heeft in hoger beroep daaraan toegevoegd dat zij het pand op [nummer] niet betreedt en daar nooit heeft gewoond.
De doorzoeking waarbij de verdovende middelen zijn aangetroffen, heeft volgens het proces-verbaal van de rechter-commissaris mr. J.P. Killian van 23 december 2014 (RC-nummer 14/5157) en het door
I. Odijk opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 22 december 2014 op de [adres 2] in Vinkeveen plaatsgevonden.
De advocaat-generaal heeft ter terechtzitting benadrukt ervan uit te gaan dat de betreffende doorzoeking op de [adres 2] heeft plaatsgevonden.
Dit leidt tot de slotsom dat niet bewezen kan worden dat de verdachte in de door haar bewoonde woning aan de [adres 2] in Vinkeveen verdovende middelen voorhanden heeft gehad.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. F.M.D. Aardema, mr. W.M.C. Tilleman en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
mr. D.J. Lutje Wagelaar, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 14 september 2017.
[…]