In deze beschikking van het Gerechtshof Amsterdam is een verzoek tot vergoeding van advocaatkosten in hoger beroep beoordeeld. De verzoeker had kosten gemaakt voor rechtsbijstand en het opstellen en indienen van een verzoekschrift op grond van artikel 591a Sv.
De voorzitter heeft vastgesteld dat de zaak zonder strafoplegging is geëindigd en dat billijkheid gronden aanwezig zijn voor vergoeding van de kosten van rechtsbijstand. Wel is de vergoeding van reistijd en reiskosten van de advocaat gematigd omdat de advocaat in Breda gevestigd is terwijl de zitting in Amsterdam plaatsvond, en er ook een advocaat met gelijke kwalificaties dichterbij beschikbaar zou zijn geweest.
De vergoeding is gematigd tot een bedrag van € 1.256,95 voor de advocaatkosten exclusief reistijd, waarbij de reistijd is gematigd tot één uur. Daarnaast is het standaardbedrag van € 280,00 toegekend voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift, aangezien het verzoekschrift niet in raadkamer is toegelicht.
De totale vergoeding bedraagt € 1.536,95 en wordt uit ’s Rijks kas aan de verzoeker toegekend. Het verzoek tot een hogere vergoeding is afgewezen.