ECLI:NL:GHAMS:2017:60
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- C.M.J. Peters
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Veroordeling vrouw tot vergoeding proceskosten na DNA-uitsluiting vaderschap
Partijen hadden een relatie die in 2014 werd verbroken. Uit de vrouw werd in 2015 een minderjarige geboren over wie de vrouw alleen het ouderlijk gezag uitoefent. De man werd uitgesloten als biologische vader na een DNA-onderzoek waar de vrouw pas na procedure instemde.
De man startte een procedure om zijn vaderschap vast te stellen en verzocht de vrouw te veroordelen in zijn proceskosten, omdat zij cruciale informatie had achtergehouden en medewerking aan een DNA-onderzoek had geweigerd, waardoor onnodige kosten ontstonden.
De vrouw betwistte dit en stelde dat zij pas laat inzag dat de man mogelijk niet de vader was en dat zij altijd naar eer en geweten had gehandeld. Het hof oordeelde dat de vrouw onredelijk had gehandeld door niet tijdig mee te werken aan het DNA-onderzoek, waardoor de man onnodige kosten heeft moeten maken.
Het hof veroordeelde de vrouw tot vergoeding van de werkelijke proceskosten van de man in eerste aanleg en hoger beroep, maar oordeelde dat de kosten van het DNA-onderzoek gelijk verdeeld moeten worden. De bestreden beschikking werd op dit punt vernietigd en opnieuw beslist.
Uitkomst: De vrouw is veroordeeld tot vergoeding van de door de man gemaakte proceskosten in eerste aanleg en hoger beroep, terwijl de kosten van het DNA-onderzoek gelijk zijn verdeeld.