ECLI:NL:GHAMS:2017:681
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding uit ’s Rijks kas voor kosten rechtsbijstand na beëindiging strafzaak zonder strafoplegging
In deze zaak heeft verzoeker een verzoek ingediend op grond van artikel 591a van het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding uit ’s Rijks kas voor de kosten van rechtsbijstand. Het verzoek betrof de forfaitaire vergoeding voor het opstellen, indienen en toelichten van een verzoekschrift volgens artikel 89 Sv Pro.
De strafzaak waar dit verzoek betrekking op had, is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht. Het arrest in die zaak is onherroepelijk geworden, waardoor verzoeker aanspraak kon maken op vergoeding.
Na behandeling in raadkamer en het horen van de advocaat-generaal en de advocaat van verzoeker, die niet zelf verscheen, heeft de voorzitter het verzoek toegewezen. De vergoeding bedraagt het standaardbedrag van €550, dat uit ’s Rijks kas aan verzoeker wordt betaald.
Deze beschikking is uitgesproken op 20 januari 2017 door de voorzitter van de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, mr. J.L. Bruinsma, en is onverwijld betekend aan verzoeker.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van rechtsbijstandkosten wordt toegewezen met een forfaitaire vergoeding van €550.