ECLI:NL:GHAMS:2017:716
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Opheffing voorlopige hechtenis wegens onvoldoende ernstige bezwaren
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die de voorlopige hechtenis van verdachte had bevolen en het verzoek tot schorsing had afgewezen. Na bestudering van de stukken en het horen van de advocaat-generaal en verdachte, concludeerde het hof dat er onvoldoende ernstige bezwaren waren voor de feiten 1 en 2 in het onderzoek [naam 2] en feit 1 in het onderzoek [naam 3].
Hoewel het hof ernstige bezwaren zag voor feit 2 in het onderzoek [naam 3], vond het geen grond voor voortzetting van de voorlopige hechtenis. Daarom verklaarde het hof het beroep gegrond, vernietigde de beschikking van de rechtbank en hief de voorlopige hechtenis op.
De beschikking werd gegeven in raadkamer door de voorzitter en twee raadsheren, waarbij de griffier niet medeondertekende. De advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van verdachte.
Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte is opgeheven wegens onvoldoende ernstige bezwaren.