Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
“ik heb met [A] afgesproken dat de btw verrekend zou worden met mijn openstaande facturen”.
Gerechtshof Amsterdam
Appellant heeft in hoger beroep betaling gevorderd van een bedrag van € 6.568,80 voor trainingen die hij aan FC Volendam heeft verzorgd, vermeerderd met incassokosten en rente. De rechtbank had een deel van de vordering toegewezen, maar FC Volendam voerde verweer, onder meer dat het bedrag moest worden verrekend met naheffingsaanslagen en onterecht betaalde omzetbelasting.
Het hof stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst bestaat waarin is afgesproken dat de door appellant in rekening gebrachte omzetbelasting over de jaren tot medio 2011 zou worden verrekend met openstaande facturen. Deze verrekeningsovereenkomst is rechtsgeldig en bindend, ook al is de vordering van FC Volendam tot terugbetaling van omzetbelasting in een eerdere procedure afgewezen.
Gelet op het bedrag aan onterecht in rekening gebrachte omzetbelasting dat hoger is dan de gevorderde bedragen, wijst het hof de vordering van appellant af. De proceskosten worden gecompenseerd vanwege de late aanvoering van het verrekeningsverweer door FC Volendam. Het arrest vernietigt het vonnis van de kantonrechter en wijst de vordering af, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitkomst: De vordering van appellant wordt afgewezen wegens rechtsgeldige verrekening met naheffingsaanslagen en onterecht betaalde omzetbelasting.