ECLI:NL:GHAMS:2017:808

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
15 februari 2017
Publicatiedatum
16 maart 2017
Zaaknummer
13/730035-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 67a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis wegens uitbuiting minderjarige kinderen

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte had afgewezen. De zaak betreft ernstige feiten van uitbuiting van minderjarige kinderen, wat een grote inbreuk vormt op menselijke waardigheid en maatschappelijke verontwaardiging veroorzaakt.

Het hof onderschrijft de gronden van de rechtbank en acht ernstige bezwaren aanwezig tegen verdachte. Daarnaast is sprake van vluchtgevaar, mede door het gebruik van meerdere aliassen door verdachte. Het hof stelt vast dat de 12-jaarsgrond van geschokte rechtsorde van toepassing is, omdat de vrijlating van verdachte publiek onbehagen en maatschappelijke onrust kan veroorzaken.

Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat er geen zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden zijn en vanwege het ernstige karakter van het feit, het vluchtgevaar en de onderzoeksgrond. De beschikking is gegeven op 15 februari 2017 door de raadkamer van het hof.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af, waardoor de voorlopige hechtenis gehandhaafd blijft.

Uitspraak

13/730035-16
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] (plaats onbekend) op [geboortedatum] ,
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
thans verblijvende in het huis van bewaring Zwaag te Zwaag,
tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam van 10 januari 2017, houdende afwijzing van het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van 13 januari 2017, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld van voormelde beslissing van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beslissing waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. W. Hendrickx.

De beoordeling

Het hof verenigt zich met de beslissing van de rechtbank waarvan beroep en de gronden waarop deze berust, met overneming van de door de rechtbank gegeven motivering.
Het hof acht ernstige bezwaren aanwezig voor het onder 4 in de vordering inbewaringstelling vermelde feit. Dit betreft een ernstig feit inzake uitbuiting van minderjarige kinderen. Dit feit vormt een ernstige inbreuk op de menselijke waardigheid en integriteit en zorgt voor een grote en groeiende maatschappelijke verontwaardiging. Mede gelet hierop, is het hof van oordeel dat sprake is van een geschokte rechtsorde, in die zin dat aannemelijk is dat de vrijlating van de verdachte een zodanig publiek onbehagen teweeg zal brengen dat dit zou kunnen leiden tot maatschappelijke onrust. Om die reden legt het hof de 12-jaarsgrond (geschokte rechtsorde) mede aan de voorlopige hechtenis ten grondslag.
De advocaat-generaal heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat, gelet op het internationale karakter en de omvang van het onderzoek, de onderzoeksgrond onverkort aanwezig is.
Alleen al het feit dat er kennelijk van meerdere aliassen gebruik wordt gemaakt, maakt dat sprake is van vluchtgevaar.
Het hof is van oordeel dat een omstandigheid als bedoeld in artikel 67a, derde lid, Sv zich niet voordoet.
Met betrekking tot het door de verdachte mondeling gedane verzoek tot schorsing overweegt het hof dat er sprake is van een zeer ernstig feit en een geschokte rechtsorde. Onder die omstandigheden kan van een schorsing alleen sprake zijn als zich zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden voordoen. Daarvan is niet gebleken. Om die reden zal het hof het verzoek van de verdachte afwijzen. Daarnaast verzetten ook het vluchtgevaar en de onderzoeksgrond zich tegen schorsing.
13/730035-16

De beslissing

Het hof:
WIJST AF het beroep tegen de bestreden beschikking.
WIJST AF het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.
Deze beschikking is gegeven op 15 februari 2017 in raadkamer van dit hof door
mr. M.J.G.B. Heutink, voorzitter,
mrs. W.M.C. Tilleman en M.R. Cox, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 15 februari 2017,
de advocaat-generaal