ECLI:NL:GHAMS:2017:860
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling minimale kinderalimentatie bij gebrekkige draagkracht en onvolledige inkomensgegevens
Het geschil betreft de vaststelling van kinderalimentatie voor een minderjarige die bij de moeder in Marokko verblijft. De rechtbank had een bijdrage van €700 per maand toegewezen, waartegen de man in hoger beroep ging met diverse grieven waaronder onbevoegdheid van de rechtbank en onvoldoende onderbouwing van de behoefte.
Het hof oordeelt dat de rechtbank bevoegd was en de vrouw ontvankelijk in haar verzoek. De man ontving een bijstandsuitkering van €928 netto per maand met lasten zoals huur en ziektekostenpremie. De vrouw heeft geen inkomsten en verstrekte geen inzicht in haar financiële situatie. De behoefte van het kind wordt door het hof vastgesteld op circa €106 per maand.
De draagkracht van de man wordt berekend op €25 per maand, waarbij rekening is gehouden met zijn uitgaven en het ontbreken van duidelijkheid over het inkomen van de vrouw. Het hof wijkt niet af van de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen en wijst het verzoek van de vrouw tot een hogere bijdrage af.
De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en het hof bepaalt een bijdrage van €25 per maand met ingang van 23 maart 2016, waarbij eerdere betalingen worden verrekend. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bepaalt een minimale kinderalimentatie van €25 per maand met ingang van 23 maart 2016 en vernietigt de eerdere beschikking.