ECLI:NL:GHAMS:2018:1048
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige na ernstig letsel
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die in 2016 ernstig traumatisch schedelhersenletsel opliep in de thuissituatie bij zijn ouders. De ouders oefenden gezamenlijk het gezag uit en kwamen in hoger beroep tegen de verlenging van de uithuisplaatsing.
De rechtbank had de machtiging tot uithuisplaatsing reeds meerdere malen verlengd vanwege zorgen over de veiligheid en opvoedsituatie. De ouders stelden dat de uithuisplaatsing onterecht was en dat zij capabel waren om hun kind op te voeden. De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming betwistten dit en wezen op het ernstige letsel, het ontbreken van een passende verklaring door de ouders en de speciale zorgbehoeften van het kind.
Het hof overwoog dat het letsel zeer waarschijnlijk is toegebracht en dat de ouders niet adequaat hebben gehandeld na het ontstaan van het letsel. De veiligheid van de minderjarige bij terugplaatsing is niet gewaarborgd. Ook zijn er zorgen over het inzicht van de ouders in de ernst van het letsel en de speciale behoeften van het kind. De machtiging tot uithuisplaatsing is daarom terecht verlengd en het verzoek tot terugplaatsing afgewezen.
Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en wees het verzoek van de ouders af. De machtiging tot uithuisplaatsing werd verlengd tot uiterlijk 24 maart 2018, waarna de periode verstreken was.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd en het verzoek tot terugplaatsing door de ouders wordt afgewezen.