Uitspraak
1.hij op of omstreeks 23 januari 2016 in de gemeente Alkmaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit cafe/restaurant " [naam 1] ", althans een bedrijfspand (gelegen op/aan het [adres 2] ]) heeft/hebben weggenomen twee kluizen en/of een kassalade en/of twee flessen "Bacardi" en/of twee flesjes "Coca-Cola" en/of een hoeveelheid drank en/of een contant geldbedrag van euro 3000,=, in elk geval enig(e) goed(eren)/geld(bedragen), geheel of ten dele toebehorende aan firma " [naam 1] " en/of [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kluizen en/of kassalade en/of flessen en/of geldbedrag onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;
2.hij op of omstreeks 01 juli 2015 te Zoetermeer zijn levensgezellin, [slachtoffer] , heeft mishandeld door een- of meerma(a)l(en) (met kracht) in/op/tegen haar gezicht, althans haar hoofd, en/of op/tegen haar armen en/of benen, althans op/tegen haar lichaam, te slaan/stompen en/of (met kracht) een trap te geven in/op/tegen haar gezicht, althans haar hoofd (waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden).
2.2.hij op 1 juli 2015 te Zoetermeer [slachtoffer] heeft mishandeld door meermalen met kracht tegen haar gezicht, armen en benen te stompen, waardoor deze [slachtoffer] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.
verklaring van [naam 2] :
verklaring van [naam 2] :
mededeling van de voornoemde verbalisant:
getuige [verbalisant 2]afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018.
getuige [verbalisant 3]afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018.
€ 8.686,73, bestaande uit materiële schade en bestaat uit de volgende schadeposten:
€ 7757,04, bestaande uit materiële schade. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen. Daarbij wordt overwogen dat het namens de verdachte ingenomen standpunt dat onduidelijk is waarop de hiervoor onder f), m) en l) genoemde schadeposten zijn gebaseerd dan wel dat daarvoor een onderbouwing ontbreekt, gelet op de gemotiveerde onderbouwing van deze posten door de benadeelde partij en de uiteenzetting daaromtrent van de vertegenwoordiger van laatstgenoemde op de terechtzitting in hoger beroep, niet als een voldoende gemotiveerde betwisting van die posten kan gelden.
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
taakstrafvoor de duur van
150 (honderdvijftig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
75 (vijfenzeventig) dagen hechtenis.
€ 7.757,04 (zevenduizend zevenhonderdzevenenvijftig euro en vier cent) ter zake van materiële schade,voor welk gehele bedrag de verdachte met de mededader hoofdelijk aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 7.757,04 (zevenduizend zevenhonderdzevenenvijftig euro en vier cent) als vergoeding voor materiële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door
73 (drieënzeventig) dagen hechtenis, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.