ECLI:NL:GHAMS:2018:1178

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 april 2018
Publicatiedatum
11 april 2018
Zaaknummer
23-002908-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 285 SrArt. 378a SvArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak bedreiging 112-medewerker wegens ontbreken redelijke vrees

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd beschuldigd van het bedreigen van een medewerker van het alarmnummer 112. De tenlastelegging betrof bedreigingen met woorden als 'Als je niet luistert dan snij ik je strot door'.

Tijdens het onderzoek stelde het hof vast dat verdachte inderdaad de genoemde dreigende woorden heeft geuit tegen de telefoniste van de meldkamer. Hoewel deze uitlatingen onmiskenbaar een dreigend karakter hadden en het slachtoffer zich bedreigd voelde, is dit op zichzelf onvoldoende voor een bewezenverklaring van bedreiging zoals bedoeld in artikel 285 van Pro het Wetboek van Strafrecht.

Het hof overwoog dat voor een bedreiging vereist is dat onder zodanige omstandigheden een redelijke vrees bij het slachtoffer kon ontstaan dat het misdrijf daadwerkelijk zou worden gepleegd. Deze redelijke vrees is een objectief criterium en kan niet louter worden afgeleid uit de angstgevoelens van het slachtoffer. In deze zaak was het slachtoffer voor verdachte geheel anoniem en ontbrak elk aanknopingspunt dat de personalia of verblijfplaats van het slachtoffer achterhaald konden worden.

Daarom kon het hof niet vaststellen dat bij het slachtoffer een redelijke vrees bestond. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde bedreiging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging omdat geen redelijke vrees bij het slachtoffer kon worden vastgesteld.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002908-17
datum uitspraak: 9 april 2018
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 9 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer
13-075952-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1971,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 26 maart 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
hij op of omstreeks 26 februari 2017 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, [slachtoffer], (telefonisch) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer], een of meermalen, dreigend de woorden toegevoegd: "Als je niet luistert dan snij ik je strot door" en/of "mocht dat wel gebeuren dan kom ik persoonlijk je strot doorsnijden", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering en omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 750, bij niet betalen te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Vrijspraak

Naar het oordeel van het hof kan niet worden bewezen hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken. Het hof overweegt hiertoe als volgt.
Het hof stelt vast dat de verdachte alarmnummer 112 heeft gebeld en tegen de telefoniste van de meldkamer de in de tenlastelegging genoemde uitlatingen “Als je niet luistert dan snij ik je strot door’ en ‘mocht dat wel gebeuren dan kom ik persoonlijk je strot doorsnijden”, heeft geroepen. Deze uitlatingen hebben onmiskenbaar een dreigend karakter. Het hof begrijpt dat de aangeefster hierdoor geschrokken is en zich bedreigd heeft gevoeld. Op zichzelf is dat echter niet voldoende voor een bewezenverklaring. Van een bedreiging (als bedoeld in artikel 285 Wetboek Pro van Strafrecht) is immers naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad pas sprake indien die onder zodanige omstandigheden is gedaan dat bij de betrokkene de redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee werd gedreigd ook zou worden gepleegd. Deze
redelijkevrees – die geobjectiveerd van aard is en dus niet louter wordt bepaald door de bij het slachtoffer veroorzaakte angstgevoelens – kan naar het oordeel van het hof niet wordt vastgesteld, nu het slachtoffer een voor de verdachte geheel anoniem persoon was en er geen enkel aanknopingspunt is voor de veronderstelling dat de personalia en/of de verblijfplaats van het slachtoffer achterhaald had(den) kunnen worden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J. Piena, mr. A.M. van Woensel en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van
A.D. Renshof en mr. F. van den Brink, griffiers, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 9 april 2018.