ECLI:NL:GHAMS:2018:1280
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige bij pleegouder
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn grootmoeder (pleegouder) na eerdere ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De moeder was het niet eens met de verlenging en verzocht om vernietiging of beperking van de machtiging. De vader en pleegmoeder steunden de verlenging.
In hoger beroep trok de moeder haar verzoek tot intrekking van de ondertoezichtstelling in, zodat het hof zich uitsluitend boog over de machtiging tot uithuisplaatsing. De moeder stelde dat zij in staat was haar zoon zelf op te voeden en begeleid wilde worden, maar de gecertificeerde instelling en pleegzorgorganisatie stelden dat het belang van de minderjarige gediend is met verblijf bij de pleegouder, waar hij zich goed ontwikkelt.
Het hof oordeelde dat ondanks begeleiding en therapie de moeder niet in staat is een stabiele opvoedsituatie te bieden. De minderjarige is gehecht aan de pleegouder en maakt positieve ontwikkelingen door. Daarom is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing gerechtvaardigd en noodzakelijk, en wordt het verzoek van de moeder afgewezen.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige bij de pleegouder wordt verlengd en het beroep van de moeder wordt afgewezen.