ECLI:NL:GHAMS:2018:1318
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: vaststelling behoefte en zorgkorting na echtscheiding
Partijen zijn gescheiden en hebben twee minderjarige kinderen. De hoofdverblijfplaats is bij de moeder, met een zorgregeling waarbij de vader de kinderen regelmatig ziet. De rechtbank had een kinderalimentatie vastgesteld, maar de moeder ging in hoger beroep voor een hogere bijdrage per kind, terwijl de vader incidenteel een lagere bijdrage vorderde.
Het hof heeft de behoefte van de kinderen bepaald aan de hand van een gedetailleerde lijst met werkelijke kosten, waarbij rekening is gehouden met posten zoals schoolkosten, muzieklessen, orthodontie, vakanties en huishoudelijke kosten. De behoefte werd vastgesteld op € 1.659,- netto per maand na aftrek van kinderbijslag.
Daarnaast werd de zorgkorting beoordeeld, waarbij het hof het percentage aanpaste van 25% naar 35% vanaf 21 december 2016, passend bij de gewijzigde zorgregeling. Dit leidde tot een aangepaste maandelijkse bijdrage van de vader van € 1.244,- tot 21 december 2016 en € 1.078,- daarna.
De beschikking van de rechtbank werd voor dit onderdeel vernietigd en vervangen door deze nieuwe vaststelling. Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: De bijdrage van de vader in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen wordt vastgesteld op € 1.244,- per maand tot 21 december 2016 en € 1.078,- daarna.