Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.[appellant] ,
[appellant],
1.Het geding in hoger beroep
2.Feiten
3.Beoordeling
.
Gerechtshof Amsterdam
Appellanten, handelend in Liberty sloepen, stelden dat geïntimeerde inbreuk maakte op hun auteurs-, model- en merkrechten en zich schuldig maakte aan slaafse nabootsing en oneerlijke handelspraktijken door gelijkende sloepen op de markt te brengen onder gebruik van het teken Liberty.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen af, en het hof bevestigt deze beslissing. Het hof oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van merkinbreuk, slaafse nabootsing of oneerlijke handelspraktijken. Het gebruik van het woord 'Liberty' door geïntimeerde in combinatie met een typeaanduiding maakt geen inbreuk op het geregistreerde beeldmerk.
Verder is onvoldoende duidelijk dat de Liberty 530 Tender sloep een eigen onderscheidend vermogen heeft dat bescherming rechtvaardigt, mede omdat de mal waarmee de sloep is vervaardigd van een derde afkomstig is. Het hof ziet geen aanleiding om af te wijken van het principe dat een kort geding niet geschikt is voor nader feitelijk onderzoek en wijst het bewijsaanbod van appellanten af.
De kosten van het hoger beroep worden appellanten opgelegd, waarbij een salarispost van €7.500,- wordt begroot. Het arrest is uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam op 24 april 2018.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de vorderingen wegens inbreuk en onrechtmatig handelen afwijst en veroordeelt appellanten in de kosten.