Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.APROPOS B.V.,
HESCO HOLDING B.V.,
mr. S.A. VOERMANS q.q.in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Apropos International B.V.,
TREND FIN B.V.,
WE INTERNATIONAL B.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele procedure stond de vraag centraal of de appellanten Apropos B.V. en Hesco Holding B.V., die ontbonden waren en uitgeschreven uit het handelsregister, ten tijde van het instellen van het hoger beroep nog bestonden en dus ontvankelijk waren. Voermans c.s. voerden aan dat de vennootschappen niet ontvankelijk moesten worden verklaard omdat zij niet meer bestonden, onderbouwd met uittreksels uit het handelsregister en correspondentie van de Kamer van Koophandel.
Het hof oordeelde dat de wettelijke regeling voorziet in een vereffeningsfase na ontbinding, waarbij het bestuur als vereffenaar optreedt. De vennootschap houdt pas op te bestaan als er geen bekende baten meer zijn. Uit de stukken bleek niet overtuigend dat er ten tijde van het hoger beroep geen baten meer aanwezig waren. De brief van de Kamer van Koophandel vermeldde wel dat de vennootschappen waren opgehouden te bestaan, maar dit was niet onderbouwd met concrete gegevens of onderzoek.
Daarom concludeerde het hof dat de vennootschappen niet waren opgehouden te bestaan toen het hoger beroep werd ingesteld en dat zij dus ontvankelijk waren. De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring werd afgewezen. De zaak werd verwezen naar de rol voor verdere behandeling van de hoofdzaak.
Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Amsterdam op 24 april 2018 door de genoemde raadsheren.
Uitkomst: De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring van de appellanten wordt afgewezen en zij worden ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.