Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
.Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de
Gerechtshof Amsterdam
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 11 april 2018 het verzoek van de verdachte tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte was veroordeeld tot 42 maanden gevangenisstraf voor invoer van cocaïne. De voorlopige hechtenis was gebaseerd op vluchtgevaar en de ernst van de zaak (de zogenoemde 12-jaarsgrond).
De verdachte verzocht om schorsing van de voorlopige hechtenis om naar Pakistan te reizen, waar hij zijn familie wilde steunen na het overlijden van zijn broer. Het hof heeft echter geen vertrouwen in de vrijwillige terugkeer van de verdachte voor verdere berechting of om voor justitie vindbaar te zijn.
Na het horen van de advocaat-generaal en de raadsman van de verdachte wees het hof het verzoek af. De beschikking werd gegeven in raadkamer door de voorzitter en twee raadsheren, waarbij de advocaat-generaal de beschikking aan de verdachte bekendmaakte.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege vluchtgevaar en gebrek aan vertrouwen in terugkeer.