ECLI:NL:GHAMS:2018:1498
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beoordeling juiste grond voor onderbewindstelling wegens geestelijke toestand of verkwisting
Verzoeker is sinds 2010 onder curatele gesteld wegens verkwisting en heeft in 2015 een verzoek tot opheffing van deze curatele ingediend, dat werd afgewezen. Bij de bestreden beschikking is de ondercuratelestelling opgeheven en is onderbewindstelling ingesteld vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand, met benoeming van een bewindvoerder.
Verzoeker stelt in hoger beroep dat verkwisting de juiste grond voor het bewind is en niet zijn geestelijke toestand. Hij wenst een wijziging van de grondslag en verzoekt eventueel om benoeming van een onafhankelijk deskundige. De bewindvoerder betoogt dat verzoeker lijdt aan een autismespectrumstoornis met ernstige complexiteit, wat blijkt uit een behandelplan van GGZ inGeest, en dat zijn verkwistende gedrag een symptoom is van zijn geestelijke toestand.
Het hof overweegt dat de diagnose en medicatiegebruik van verzoeker voldoende bewijs vormen dat hij door zijn geestelijke toestand niet in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen behoorlijk waar te nemen. Het hof ziet geen aanleiding tot benoeming van een deskundige en wijst het verzoek tot wijziging van de grondslag af. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De onderbewindstelling blijft gebaseerd op de lichamelijke of geestelijke toestand van verzoeker en het verzoek tot wijziging wordt afgewezen.