Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Verloop van het geding in hoger beroep
- memorie van grieven, met producties;
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak vordert geïntimeerde dat appellante financiële bescheiden verstrekt, waaronder belastingaangiften en bankafschriften, om inzicht te krijgen in haar vermogenspositie en mogelijke verhaalbaarheid van de veroordeling tot betaling van een geldsom. De voorzieningenrechter had deze vordering grotendeels toegewezen en het hof bevestigt dit oordeel.
Appellante erkent de relevantie van de gevorderde gegevens maar betwist de uitvoerbaarheid bij lijfsdwang. Het hof oordeelt dat lijfsdwang gerechtvaardigd is gezien de onwil van appellante om voldoende inzicht te geven en het ontbreken van bekende verhaalbare goederen. Het hof breidt de toewijzing uit met aanvullende bescheiden, waaronder belastingaangiften en voorlopige aanslagen over meerdere jaren.
De vordering tot verstrekking van de volledige boekhouding wordt afgewezen, omdat appellante stelt dat deze niet bestaat en geïntimeerde dit niet voldoende heeft onderbouwd. Wel wordt appellante veroordeeld tot het verstrekken van bankafschriften van binnen- en buitenlandse rekeningen over een ruime periode. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij lijfsdwang met een maximale gijzelingstermijn van 30 dagen. Appellante draagt de kosten van het geding.
Uitkomst: Appellante wordt veroordeeld tot verstrekking van financiële bescheiden aan geïntimeerde, uitvoerbaar bij lijfsdwang met een maximale gijzelingstermijn van 30 dagen.