ECLI:NL:GHAMS:2018:1532
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis zakkenrollerij op basis van eigen waarneming getuige
In deze zaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter Amsterdam van 23 maart 2017, waarin verdachte werd veroordeeld voor zakkenrollerij. Het hof heeft het hoger beroep behandeld op 9 maart 2018 en heeft daarbij kennisgenomen van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging.
De verdediging voerde aan dat de aangifte van de getuige niet op eigen waarneming berustte en dat deze in strijd was met de verklaring van een andere getuige. Het hof heeft deze stelling verworpen en geoordeeld dat de aangifte van de eerste getuige wel degelijk gebaseerd is op eigen waarnemingen, met uitzondering van diens conclusie over het plegen van zakkenrollerij.
Het hof heeft de bewijsmiddelen en verklaringen van beide getuigen afgewogen en geoordeeld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen is. Op basis hiervan bevestigt het hof het vonnis van de politierechter, met een kleine aanpassing in de formulering van het bewijsmiddel.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis van de politierechter en verklaart de verdachte schuldig aan zakkenrollerij.