ECLI:NL:GHAMS:2018:1581

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
3 mei 2018
Publicatiedatum
14 mei 2018
Zaaknummer
23-002969-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36f SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis diefstal ondanks betwisting betrouwbaarheid proces-verbaal

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter te Amsterdam van 15 augustus 2017, waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal. Het hoger beroep werd ingesteld door de verdachte die vrijspraak bepleitte wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.

De verdediging stelde dat het proces-verbaal van de verbalisant niet als bewijs kon dienen omdat deze, gezien zijn voorgeschiedenis met de verdachte, vooringenomen zou zijn en daardoor onbetrouwbaar. Het hof heeft dit verweer onderzocht en geoordeeld dat het proces-verbaal op ambtsbelofte is opgemaakt en dat noch het dossier noch het verhandelde ter zitting aanwijzingen geven voor vooringenomenheid.

De enkele eerdere betrokkenheid van de verbalisant bij de verdachte was onvoldoende om te concluderen dat het proces-verbaal onbetrouwbaar is. Het hof bevestigde dan ook het vonnis van de politierechter en volgde de vordering van de advocaat-generaal tot veroordeling en toewijzing van de schadevergoedingsmaatregel.

Het arrest werd uitgesproken door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 3 mei 2018. De griffier was niet in staat het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de veroordeling voor diefstal en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002969-17
datum uitspraak: 3 mei 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 15 augustus 2017 in de strafzaak onder parketnummer 13‑702308-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1966,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als door de rechter in eerste aanleg opgelegd. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat eveneens de vordering benadeelde partij wordt toegewezen en de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht zal worden opgelegd.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen met dien verstande dat het hof hieronder respondeert op een in hoger beroep gevoerd verweer.

Bespreking van een in hoger beroep gevoerd verweer

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Daartoe heeft de raadsman – kort weergegeven – aangevoerd dat het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] niet tot het bewijs kan worden gebezigd, omdat de verbalisant gelet op zijn voorgeschiedenis met de verdachte vooringenomen was en het proces-verbaal om die reden onbetrouwbaar is.
Het hof verwerpt dit verweer. Het hof stelt voorop dat het proces-verbaal op ambtsbelofte door de verbalisant is opgemaakt. Het dossier noch het verhandelde ter zitting biedt aanknopingspunten voor de stelling van de verdediging. De enkele eerdere betrokkenheid van de verbalisant bij de verdachte is onvoldoende om vast te stellen dat de verbalisant zich bij het opstellen van het proces-verbaal heeft laten leiden door vooringenomenheid.

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L. Leenaers, mr. M.F.J.M. de Werd en mr. M.M. van der Nat, in tegenwoordigheid van A.D Renshof, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 3 mei 2018.
De griffier is buiten staat dit arrest te ondertekenen.