ECLI:NL:GHAMS:2018:1662
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verlenging gevangenhouding verdachte door Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van het Openbaar Ministerie tegen de afwijzing door de rechtbank Amsterdam van de vordering tot verlenging van de gevangenhouding van verdachte. De verdediging stelde dat het OM niet-ontvankelijk was omdat het niet in hoger beroep was gegaan tegen de eerdere beperkte toewijzing van 30 dagen gevangenhouding. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat het OM binnen de wettelijke termijnen de verlenging tot 60 dagen mocht vorderen.
Het hof stelde vast dat het dossier voldoende ernstige bezwaren bevat voor de feiten vermeld in de vordering tot inbewaringstelling, met uitzondering van feit 3, waarvoor de rechtbank geen gevangenhouding had bevolen en het hof geen mogelijkheid zag dit alsnog toe te wijzen in hoger beroep. De raadkamer vernietigde de bestreden beschikking en wees de vordering tot verlenging van de gevangenhouding toe voor de duur van 60 dagen.
De beschikking werd gegeven door de raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 23 mei 2018. De advocaat-generaal bracht de beschikking ter kennis van de verdachte.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering tot verlenging van de gevangenhouding van verdachte toe voor 60 dagen.