ECLI:NL:GHAMS:2018:1670
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak van bedreiging verkeersregelaar wegens onvoldoende bewijs
In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam op 13 april 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van bedreiging van een verkeersregelaar op of omstreeks 24 mei 2016 te Amsterdam.
De tenlastelegging betrof het uiten van dreigende woorden richting de verkeersregelaar, waaronder de uitdrukking 'Aan de kant of ik rijd je dood.' Het hof heeft het bewijs onderzocht, waaronder de verklaringen van de aangever en een getuige, die onderling significant verschilden over het tijdstip en de wijze van de bedreiging. De verdachte ontkende stellig de tenlastelegging.
Gezien de uiteenlopende verklaringen en de ontkenning van verdachte oordeelde het hof dat niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan bedreiging. Daarom sprak het hof verdachte vrij en vernietigde het het vonnis van de politierechter en de eerder uitgevaardigde strafbeschikking.
De benadeelde partij had een schadevergoeding van €250,- gevorderd, welke in eerste aanleg was toegewezen. Nu verdachte werd vrijgesproken, verklaarde het hof de benadeelde partij niet-ontvankelijk in deze vordering. Beide partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van bedreiging wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.