ECLI:NL:GHAMS:2018:1701
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging ondertoezichtstelling ondanks ernstige problematiek door acceptatie en organisatie hulp door vader
De zaak betreft een hoger beroep van de vader tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van zijn twee minderjarige kinderen, [minderjarige A] en [minderjarige B]. De ondertoezichtstelling was ingesteld vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling door complexe problematiek en het ontbreken van contact tussen de ouders. De vader voert aan dat de bedreigingen niet langer aanwezig zijn en dat hij zelf de noodzakelijke hulpverlening organiseert.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming stellen dat de problematiek nog steeds ernstig is en dat de ondertoezichtstelling noodzakelijk blijft om de kinderen te beschermen en de omgang met de moeder te regelen. De kinderen kampen met Multiple Complex Developmental Disorder, Nonverbal Learning Disorder en oppositioneel-opstandige gedragsstoornis, wat leidt tot stress en agressie.
Het hof overweegt dat hoewel de bedreiging van de ontwikkeling van de kinderen blijft bestaan, de vader de noodzakelijke hulpverlening voldoende accepteert en organiseert. De hulpverlening is toereikend en een persoonlijkheidsonderzoek naar de vader is niet nodig. Het hof acht een gedwongen kader niet langer noodzakelijk en vernietigt de verlenging van de ondertoezichtstelling vanaf het moment van uitspraak, wijst het verzoek van de GI af en bekrachtigt de rest van de beschikking.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling af omdat de vader de noodzakelijke hulpverlening accepteert en organiseert.