ECLI:NL:GHAMS:2018:1717

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
16 april 2018
Publicatiedatum
4 juni 2018
Zaaknummer
23-002617-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak diefstal weerstation wegens onvoldoende bewijs

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter waarin verdachte werd veroordeeld voor diefstal van een weerstation. De tenlastelegging betrof het wegnemen van een Netatmo weerstation met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Tijdens de terechtzitting verklaarde verdachte dat hij het voorwerp, waarvan hij dacht dat het een blikje was, had opgepakt en weggegooid omdat hij dacht dat het rommel was. Het hof beoordeelde, mede aan de hand van camerabeelden en de uiterlijke kenmerken van het weerstation, dat deze veronderstelling niet onaannemelijk was. Het hof kon daarom niet met de vereiste mate van zekerheid vaststellen dat verdachte het voorwerp met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen.

Daarom vernietigde het hof het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de schuld van verdachte niet was bewezen. De gemaakte kosten van verdachte werden begroot op nihil.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van diefstal van een weerstation wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002617-17
datum uitspraak: 16 april 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 20 juli 2017 in de strafzaak onder parketnummer
13-170431-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1956,
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
16 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 29 juli 2015 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een weerstation van het merk Netatmo, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof met betrekking tot de bewijsvraag tot een andere beslissing komt dan de politierechter.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.

Vrijspraak

Met de advocaat-generaal en de raadsman is het hof van oordeel niet met een voor een bewezenverklaring vereiste mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de verdachte heeft gehandeld met het oogmerk om zich het voorwerp waarover de aangever [benadeelde] heeft verklaard dat het een weerstation was, wederrechtelijk toe te eigenen. Daartoe is het volgende redengevend.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij bij het schoonmaken van de hal bij de door hem gehuurde woning een voorwerp, waarvan hij dacht dat het een blikje was, heeft opgepakt bij de deur van zijn buurman – de aangever – en dat blikje vervolgens heeft weggegooid omdat hij in de veronderstelling verkeerde dat het blikje achtergelaten rommel was. Het hof is, op grond van de ter terechtzitting afgespeelde camerabeelden én de uiterlijke verschijningsvorm van het weerstation dat de aangever nu zegt te missen (p. 10), van oordeel dat de veronderstelling van de verdachte dat het om een blikje en dus om rommel ging niet voor onaannemelijk kan worden gehouden. Daarbij kan in het midden blijven of dit voorwerp daadwerkelijk een blikje of een weerstation heeft betroffen. In het licht van het vorenstaande is het hof van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is hetgeen de verdachte is tenlastegelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding ter hoogte van € 169. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen en is in hoger beroep daarom opnieuw aan de orde.
De verdachte wordt niet schuldig verklaard ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade zou zijn veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart de benadeelde partij [benadeelde] niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding.
Verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. R. Kuiper, mr. J.J.I. de Jong en mr. M. Gonggrijp-van Mourik, in tegenwoordigheid van
R. Rasink, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
16 april 2018.
mrs. R. Kuiper en M. Gonggrijp-van Mourik zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.