ECLI:NL:GHAMS:2018:1761
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsingsverzoek voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Noord-Holland tot verlenging van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte verzocht mondeling om schorsing van deze hechtenis.
Na bestudering van de stukken en het horen van partijen, oordeelde het hof dat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige maatschappelijke veiligheidsredenen die de vrijheidsbeneming rechtvaardigen. Het hof wees erop dat het recidivegevaar niet voldoende kan worden beperkt door voorwaarden bij schorsing.
Belangrijk was dat de verdachte nog twee proeftijden van eerdere veroordelingen had lopen en dat een eerdere voorlopige hechtenis geschorst was ten tijde van de feiten. Ook het reclasseringsrapport bood onvoldoende vertrouwen om schorsing toe te staan.
Het hof bevestigde daarmee de beslissing van de rechtbank en wees zowel het hoger beroep als het schorsingsverzoek af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege het blijvende recidivegevaar.