ECLI:NL:GHAMS:2018:1762
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schorsing voorlopige hechtenis jeugdige verdachte wegens recidivegevaar
Een jeugdige verdachte werd door de rechtbank Amsterdam in voorlopige hechtenis gesteld wegens ernstige bezwaren omtrent meerdere straatroven. De verdachte stelde hoger beroep in tegen deze beschikking en verzocht tevens om schorsing van de voorlopige hechtenis.
Het gerechtshof Amsterdam heeft de stukken bestudeerd, waaronder camerabeelden waarop de verdachte herkenbaar was, en heeft verklaringen van verbalisanten en interventiemedewerkers gehoord. Gelet op de ernst van de feiten, de overeenstemming van signalementen en het feit dat de verdachte tijdens een eerdere schorsing opnieuw feiten pleegde, acht het hof het recidivegevaar groot.
Hoewel het hof erkent dat een alternatief voor voorlopige hechtenis bij jeugdigen de voorkeur verdient, is dit alleen mogelijk indien voldoende waarborgen tegen recidive aanwezig zijn. Omdat een plan tot plaatsing buiten een jeugdinstelling nog in ontwikkeling is, is er op dit moment onvoldoende garantie om schorsing toe te staan.
Het hof bevestigt daarom de beslissing van de rechtbank en wijst het beroep en het verzoek tot schorsing af.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege onvoldoende waarborgen tegen recidive.