Uitspraak
De feiten en de rechtsgang
.Het hof heeft voorts kennisgenomen van de stukken betrekking hebbend op de
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde op 16 mei 2018 het verzoek van de verdachte tot schorsing van zijn voorlopige hechtenis. De verdachte verbleef op dat moment in het Justitieel Complex Zaanstad en was eerder veroordeeld door de rechtbank Amsterdam op 30 januari 2018.
Tijdens de raadkamerzitting werden de advocaat-generaal, de verdachte en diens raadsman gehoord. Het hof nam kennis van het vonnis van de rechtbank en de stukken met betrekking tot de voorlopige hechtenis. Het hof oordeelde dat er voldoende ernstige bezwaren zijn tegen de verdachte en dat het vonnis niet klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.
Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis werd afgewezen omdat het belang van de verdachte bij invrijheidstelling niet opweegt tegen de gewichtige maatschappelijke veiligheidsredenen. De beschikking werd gegeven door de voorzitter en raadsheren van de meervoudige strafkamer in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen vanwege voldoende ernstige bezwaren en maatschappelijke veiligheidsbelangen.