ECLI:NL:GHAMS:2018:1775
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep en schorsingsverzoek voorlopige hechtenis verdachte
Het gerechtshof Amsterdam heeft op 9 mei 2018 in raadkamer uitspraak gedaan in het hoger beroep van een verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 23 april 2018, waarin een bevel tot gevangenhouding was gegeven. Het hof heeft kennisgenomen van de stukken en gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman.
Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en oordeelt dat er nog steeds voldoende ernstige bezwaren tegen de verdachte bestaan. Dit oordeel baseert het hof onder meer op het proces-verbaal van observatie, de herkenning van de verdachte door de politie en de verklaring van een medeverdachte. Het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen omdat onvoldoende persoonlijke omstandigheden zijn aangevoerd die zwaarder wegen dan het maatschappelijk belang.
Ook het feit dat een of meer medeverdachten al op vrije voeten zijn gesteld, leidt niet tot een ander oordeel. Het hoger beroep tegen de gevangenhouding wordt daarom verworpen en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af.