ECLI:NL:GHAMS:2018:1781
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging leaseovereenkomst en terugbetaling wegens tijdige stuiting verjaring
In deze zaak stond de vraag centraal of de verjaringstermijn voor de vernietiging van een leaseovereenkomst was gestuit door een collectieve procedure tussen Stichting Eegalease en Dexia. De appellant stelde dat de dagvaarding in die procedure de verjaring had gestuit, terwijl Dexia dit betwistte.
Het hof bouwde voort op een eerder tussenarrest en de recente jurisprudentie van de Hoge Raad van 9 oktober 2015. De Hoge Raad had bepaald dat een collectieve vordering de verjaring van individuele vernietigingsvorderingen stuit en dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring tijdig kan zijn indien deze binnen zes maanden na beëindiging van de collectieve procedure wordt uitgebracht.
Het hof concludeerde dat de dagvaarding van 13 maart 2003 in de collectieve procedure de verjaring van de vernietigingsvordering had gestuit en dat de vernietiging van de leaseovereenkomst rechtsgeldig was. Dexia werd veroordeeld tot terugbetaling van alle betaalde bedragen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 juli 2006, en tot betaling van de proceskosten. De vorderingen werden uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof vernietigt de leaseovereenkomst en veroordeelt Dexia tot terugbetaling met wettelijke rente en proceskosten.