ECLI:NL:GHAMS:2018:193
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen
- M. Iedema
- M. Gonggrijp - van Mourik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot opheffing en schorsing voorlopige hechtenis wegens recidivegevaar
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van verdachte tegen de beslissing van de rechtbank Amsterdam die het verzoek tot opheffing dan wel schorsing van de voorlopige hechtenis had afgewezen. De raadkamer nam kennis van de stukken en hoorde de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de verdachte.
Uit het dossier bleek dat er voldoende ernstige bezwaren waren met betrekking tot het feit waarvoor inbewaringstelling was gevorderd, met name ook het geweldsaspect. Artikel 67a, derde lid, Wetboek van Strafvordering was niet van toepassing op de situatie.
Het hof overwoog dat er aanwijzingen waren dat verdachte het vermoedelijke feit had gepleegd onder invloed van psychosociale problemen. Zolang deze problemen onbehandeld blijven, moet ernstig rekening worden gehouden met het gevaar van herhaling. Daarom werd het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis afgewezen omdat het gevaar onvoldoende kon worden ingeperkt met voorwaarden.
De raadkamer wees het beroep tegen de bestreden beslissing af en wees tevens het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af. De beschikking werd gegeven op 24 januari 2018 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep en het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis worden afgewezen vanwege ernstig recidivegevaar.