ECLI:NL:GHAMS:2018:1986

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
24 april 2018
Publicatiedatum
18 juni 2018
Zaaknummer
23-003470-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis met wijziging gevangenisstraf en gebiedsverbod wegens overtreding verwijderingsbevel

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Amsterdam, waarbij de verdachte was veroordeeld voor het overtreden van een verwijderingsbevel en het opgelegde gebiedsverbod.

De politierechter veroordeelde de verdachte tot een gevangenisstraf van één week en legde een gebiedsverbod van zes maanden op. Het hof bevestigde het vonnis grotendeels, maar vernietigde de opgelegde gevangenisstraf en het gebiedsverbod vanwege gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder een lopende maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar op, waarbij de uitvoering werd opgeschort onder voorwaarden. Het gebiedsverbod blijft van kracht gedurende de voorlopige hechtenis van de verdachte, maar wordt niet opnieuw opgelegd omdat de oorspronkelijke periode inmiddels is verstreken.

De beslissing is gebaseerd op het belang van naleving van verwijderingsbevelen voor de openbare orde en de recidive van de verdachte ondanks eerdere veroordelingen. Het arrest werd uitgesproken op 24 april 2018 door de meervoudige strafkamer van het hof.

Uitkomst: Voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar opgelegd en gebiedsverbod gehandhaafd tijdens voorlopige hechtenis.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003470-17
datum uitspraak: 24 april 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 26 september 2017 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-016538-17, 13-130918-17, 13-135117-17 en 13-135854-17 tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in P.I. HvB Ter Apel te Ter Apel.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
10 april 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en het gebiedsverbod. In zoverre zal het vonnis worden vernietigd. Tevens vult het hof de bewijsmiddelen aan met een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 maart 2018.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week. Voorts heeft de politierechter aan de verdachte als vrijheidsbeperkende maatregel een gebiedsverbod opgelegd voor de duur van zes maanden en heeft daarbij bevolen dat deze maatregel dadelijk uitvoerbaar is.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van één week.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan het overtreden van een hem namens de burgemeester gegeven verwijderingsbevel door zich in een gebied op te houden, waarvan hij wist dat hij daar niet mocht zijn. De verdachte heeft zodoende door het bevoegd gezag gegeven bevelen genegeerd. De naleving van dit soort bevelen is van belang voor de algemene veiligheid en de openbare orde. Uit een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 27 maart 2018 blijkt dat hij meermalen, in een recent en in een verder verleden, voor soortgelijke feiten onherroepelijk is veroordeeld. Deze veroordelingen hebben hem echter niet weerhouden van het begaan van onderhavige feiten.
Het hof acht in beginsel de in eerste aanleg opgelegde en door de advocaat-generaal gevorderde gevangenisstraf passend en geboden. Het hof ziet evenwel in de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van de verdachte reden daarvan af te wijken. Gebleken is dat de verdachte bij vonnis van 13 november 2017 door de rechtbank Noord-Holland is veroordeeld tot de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van 2 jaren. De verdachte bevindt zich in het kader van die strafzaak sinds 24 juli 2017 in voorlopige hechtenis. Gelet op deze wezenlijke verandering in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en op het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht, ziet het hof thans geen reden de gevangenisstraf onvoorwaardelijk op te leggen.
Het hof zal daarnaast afzien van het opnieuw opleggen van een gebiedsverbod. De politierechter heeft aan de verdachte een gebiedsverbod opgelegd voor de duur van zes maanden en heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van die maatregel bevolen. Aangezien de maatregel onverkort van kracht blijft gedurende de tijd dat de verdachte zich in voorlopige hechtenis bevindt (
Kamerstukken II2010/11, 32551, nr. 3, p. 26), is de periode waarvoor de maatregel is opgelegd inmiddels verstreken. Het hof ziet daarom geen reden een gebiedsverbod op te leggen.
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 184 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de opgelegde gevangenisstraf en het gebiedsverbod en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) week.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. A.E. Kleene-Krom en mr. M.J.A. Duker, in tegenwoordigheid van mr. M. Gieske, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
24 april 2018.
[…]