ECLI:NL:GHAMS:2018:200

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 januari 2018
Publicatiedatum
29 januari 2018
Zaaknummer
13/684534-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Wet op de identificatieplicht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Schorsing voorlopige hechtenis onder intensieve reclasseringsbegeleiding

Het gerechtshof Amsterdam heeft het hoger beroep van verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam toegewezen, waarin het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis was afgewezen. De reclassering achtte schorsing mogelijk onder voorwaarden zoals een meldplicht en behandelverplichting bij Inforsa, waaraan verdachte bereid is mee te werken.

Het hof benadrukt het belang van intensievere reclasseringsbegeleiding en het onderzoek van verdachte. Daarom wordt de voorlopige hechtenis geschorst vanaf 18 januari 2018 tot aan de inhoudelijke behandeling van de strafzaak, voorzien op 30 maart 2018. Tijdens de zitting zal worden beoordeeld of verdachte aan de voorwaarden heeft voldaan.

De schorsing is verbonden aan strikte voorwaarden waaronder het niet plegen van strafbare feiten, medewerking aan identificatie, regelmatige meldingen bij de reclassering, en het ondergaan van behandeling bij Inforsa of een vergelijkbare instelling. De beschikking is gegeven door de raadkamer van het hof en de advocaat-generaal heeft deze aan verdachte medegedeeld.

Uitkomst: De voorlopige hechtenis van verdachte wordt geschorst onder voorwaarden tot aan de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak.

Uitspraak

13/684534-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
BESCHIKKINGin raadkamer op het hoger beroep in de zaak van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,
wonende te [adres 1],
thans verblijvende in het huis van bewaring Zaanstad te Westzaan,
tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2017, voor zover houdende afwijzing van het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte.

De feiten en de rechtsgang

Het hof heeft kennis genomen van de akte van de griffier van de rechtbank Amsterdam van
2 januari 2018, waarbij namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen voormelde beschikking van die rechtbank.
Het hof heeft gezien de beschikking waarvan beroep en heeft kennis genomen van de stukken betrekking hebbend op de voorlopige hechtenis van de verdachte en heeft gehoord de advocaat-generaal en de verdachte, bijgestaan door diens raadsman mr. F.M.M.M. Vogels.

De beoordeling

De reclassering heeft bij haar rapport van 27 december 2017 schorsing mogelijk geacht onder de voorwaarden van een meldplicht, een behandelverplichting bij Inforsa en andere voorwaarden het gedrag betreffend. De verdachte is daartoe bereid en al aangemeld bij Inforsa. Het hof vindt het van belang dat de verdachte wordt onderzocht en dat de reclassering zich intensiever met hem zal bezighouden dan tot nu toe het geval was. Om die reden zal het hof de voorlopige hechtenis van de verdachte, ondanks zijn snelle recidive, schorsen tot aan de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak, op dit moment voorzien op 30 maart 2018. Alsdan kan op de zitting bekeken worden of en hoe de verdachte heeft meegewerkt aan de aanwijzingen van de reclassering.
13/684534-17

De beslissing

Het hof:
WIJST TOE het beroep tegen de bestreden beschikking, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen.
SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
18 januari 2018 te 12:00 uurtot aan de inhoudelijke behandeling van zijn zaak, welke beslissing afzonderlijk zal worden geminuteerd.
Deze beschikking is gegeven op 17 januari 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.M.H.P. Houben en M. Senden, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 17 januari 2018,
de advocaat-generaal
13/684534-17
GERECHTSHOF AMSTERDAM,
MEERVOUDIGE STRAFKAMER, RAADKAMER
SCHORSINGSBESCHIKKING
Het hof heeft bij beschikking van heden in de zaak van:
[verdachte],
geboren te Amsterdam op [geboortedag] 1996,
wonende te [adres 1],
thans verblijvende in het huis van bewaring Zaanstad te Westzaan,
het beroep tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 december 2017, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, toegewezen.

De beoordeling

Het hof acht termen aanwezig de schorsing van de voorlopige hechtenis te bevelen onder de navolgende voorwaarden.

De beslissing

Het hof:
SCHORST het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van
18 januari 2018 te 12:00 uurtot aan de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak, welke thans is voorzien op
30 maart 2018
zulks onder de voorwaarden dat de verdachte:
1. indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen, zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis zal onttrekken;
2. ingeval hij wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;
3. bij iedere oproeping vanwege een justitiële instantie in persoon zal verschijnen;
4. zich niet zal schuldig maken aan strafbare feiten;
5. ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het
nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in
artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
6. elke adreswijziging schriftelijk door zal geven aan de officier van justitie in het arrondissementsparket Amsterdam onder vermelding van 13/684534-17;
7. zich, na daartoe te zijn opgeroepen, meldt bij Reclassering Nederland [adres 2]). Hierna is de verdachte verplicht zich te blijven melden zo frequent en zo lang de Reclassering Nederland dit noodzakelijk acht;
13/684534-17
8. zich laat onderzoeken en behandelen bij de polikliniek van Inforsa dan wel een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de Reclassering Nederland, waarbij hij zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven. Alvorens de behandeling gestart kan worden, dient er eerst diagnostiek plaats te vinden;
9. meewerkt aan andere voorwaarden het gedrag betreffende, zulks te beoordelen door de Reclassering Nederland.
Deze beschikking is gegeven op 17 januari 2018 in raadkamer van dit hof door
mr. J.L. Bruinsma, voorzitter,
mrs. M.M.H.P. Houben en M. Senden, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool als griffier.
De advocaat-generaal bij dit gerechtshof brengt vorenstaande beschikking ter kennis van de verdachte.
Amsterdam, 17 januari 2018,
de advocaat-generaal