ECLI:NL:GHAMS:2018:2005

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
31 mei 2018
Publicatiedatum
18 juni 2018
Zaaknummer
23-000083-18
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs deelname samenscholing en bedreiging op kermis

In hoger beroep is de verdachte verdacht van deelname aan een samenscholing en het uiten van bedreigende taal op een openbare plaats tijdens een kermis in Heerhugowaard op 13 juni 2016. De tenlastelegging betrof het uiten van dreigende uitspraken zoals 'Ik ben 't zat, ik steek 'm neer' en 'ik sla 'm neer'.

De rechtbank Noord-Holland had eerder een vonnis gewezen waartegen hoger beroep werd ingesteld. Tijdens het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep op 31 mei 2018 heeft het hof het dossier en de pleidooien van de advocaat-generaal en de raadsman van verdachte bestudeerd.

Het hof oordeelt dat het ten laste gelegde feit niet wettig en overtuigend is bewezen. De verdachte wordt daarom vrijgesproken. Het eerdere vonnis wordt vernietigd en het hof spreekt de verdachte vrij van de tenlastelegging.

De uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, met drie rechters, waarbij één rechter niet kon ondertekenen.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van deelname aan samenscholing en bedreiging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000083-18
datum uitspraak: 31 mei 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (locatie Alkmaar) van 9 januari 2018 in de strafzaak onder parketnummer 96-223471-16 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 31 mei 2018 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij, verdachte, op of omstreeks 13 juni 2016 te Heerhugowaard, op een openbare plaats, te weten het Raadhuisplein, heeft deelgenomen aan een samenscholing en/of zich onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft geven tot ongeregeldheden, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar op de kermis dreigende taal geuit en/of geroepen "Ik ben 't zat, ik steek 'm neer" en/ of "ik sla 'm neer".
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof komt tot een vrijspraak van het ten laste gelegde feit.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.M. Kengen, mr. P.F.E. Geerlings en mr. T. de Bont, in tegenwoordigheid van mr. S.M. van Zanten, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 31 mei 2018.
mr. T. de Bont is buiten staat dit arrest te ondertekenen.
[…]