ECLI:NL:GHAMS:2018:2097
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking kinderalimentatie na geschil over verhoging en wijzigingsverzoek
Het geschil betreft de vaststelling en hoogte van kinderalimentatie tussen de man en de vrouw, ex-partners met een jongmeerderjarige uit hun huwelijk. De rechtbank had bepaald dat de man vanaf november 2014 €400 per maand aan kinderalimentatie moet betalen. De man stelde in hoger beroep dat hij geen zelfstandig verzoek tot vaststelling had ingediend en dat de verhoging naar €400 eenzijdig door de vrouw was doorgevoerd, waarna hij niet meer in staat was dit bedrag te betalen.
Het hof oordeelde dat de man in eerste aanleg geen zelfstandig wijzigingsverzoek had ingediend, waardoor een dergelijk verzoek in hoger beroep niet kan worden behandeld. Tevens stond vast dat tussen partijen een overeenkomst bestond over kinderalimentatie, aanvankelijk €200 per maand. De vrouw stelde dat in 2012 een nadere overeenkomst tot stand kwam waarbij de man €400 per maand zou betalen, vanwege haar verminderde inkomen en hogere kosten voor het kind.
Het hof concludeerde dat de vrouw op grond van de gedragingen van de man, waaronder het feit dat hij ruim twee jaar daadwerkelijk €400 betaalde, gerechtvaardigd mocht vertrouwen op zijn instemming met de verhoging. Hierdoor was een nadere overeenkomst tot stand gekomen waaraan de man gehouden is. De bestreden beschikking werd daarom bekrachtigd en het verzoek van de man tot wijziging of nihilstelling afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en houdt de man gehouden tot betaling van €400 kinderalimentatie per maand vanaf november 2014.