ECLI:NL:GHAMS:2018:2125
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beschikking over niet vaststellen beslagvrije voet voor schuldenaar woonachtig in het buitenland
In deze zaak vordert appellant de vaststelling van een beslagvrije voet en opheffing van beslag op zijn vakantiegeld, nadat de gemeente Amsterdam beslag had gelegd op zijn AOW-pensioen zonder een beslagvrije voet toe te passen. Appellant woonde van 2012 tot begin 2018 in Suriname en was vanaf februari 2018 weer in Nederland ingeschreven.
De kantonrechter wees het verzoek af, stellende dat het Verdrag tussen Nederland en Suriname geen toepassing vindt op het vaststellen van een beslagvrije voet en dat appellant onvoldoende had aangetoond dat hij onvoldoende middelen van bestaan had buiten zijn AOW-pensioen. Het hof bevestigt deze overwegingen en oordeelt dat het Verdrag geen rechten verschaft die het toepasselijke Nederlandse beslagrecht wijzigen.
Voorts stelt het hof vast dat appellant niet volledig inzicht heeft gegeven in zijn financiële situatie, mede doordat hij niet alle bankafschriften overlegde en nieuwe inkomsten uit onderverhuur en nalatenschap niet voldoende onderbouwde. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat hij over onvoldoende middelen beschikte.
De grieven falen en de beschikking wordt bekrachtigd. Appellant wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en er wordt geen beslagvrije voet vastgesteld.