ECLI:NL:GHAMS:2018:2140
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wederrechtelijk ontuchtig karakter bij seksuele handelingen met minderjarige
Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland inzake seksuele handelingen tussen een 16-jarige verdachte en een 14-jarig meisje. De tenlastelegging betrof ontuchtige handelingen in de zin van artikel 245 Sr Pro, waarbij sprake zou zijn van seksueel binnendringen.
Tijdens het onderzoek bleek dat het contact tussen verdachte en het meisje vrijwillig was en dat het initiatief tot de seksuele handelingen uitging van het meisje. Het hof nam mee dat het meisje verklaarde niet gedwongen te zijn en zich niet als slachtoffer te beschouwen. Ook was sprake van een gering leeftijdsverschil en een gezamenlijke kwetsbare fase in seksuele ontwikkeling.
Het hof oordeelde dat de gedragingen van derden, zoals dansen en filmen, niet in nauwe samenwerking met verdachte plaatsvonden en hem niet konden worden aangerekend. Hierdoor ontbrak het wederrechtelijke ontuchtige karakter van de handelingen.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging wegens onvoldoende bewijs van het wederrechtelijke karakter van de seksuele handelingen.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het hof Amsterdam op 28 juni 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van het wederrechtelijke ontuchtige karakter van de seksuele handelingen.