ECLI:NL:GHAMS:2018:215
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schorsing voorlopige hechtenis wegens 12-jaarsgrond
Het gerechtshof Amsterdam behandelde op 17 januari 2018 het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte, die was veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens medeplegen van grootschalige uitvoer van verdovende middelen. De rechtbank Noord-Holland had eerder de schorsing van de voorlopige hechtenis opgeheven.
De raadsman van de verdachte voerde aan dat een enkele veroordeling onvoldoende is om de schorsing op te heffen, verwijzend naar jurisprudentie. De advocaat-generaal verzette zich tegen de schorsing. Het hof stelde vast dat de zogenoemde 12-jaarsgrond, die betrekking heeft op een geschokte rechtsorde, aanwezig is, waardoor schorsing alleen mogelijk is bij zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, die in deze zaak niet zijn gebleken.
Het hof concludeerde dat het maatschappelijke belang bij voortduring van de voorlopige hechtenis prevaleert en wees het verzoek af. De beschikking werd gegeven door de raadkamer van het hof, met drie raadsheren en een griffier aanwezig.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis af vanwege de aanwezigheid van de 12-jaarsgrond en het ontbreken van bijzondere persoonlijke omstandigheden.