Uitspraak
Kennelijke misslag
maandag 2 juli 2018 om 9:00 uur.
Gerechtshof Amsterdam
Het Gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam die de verlenging van zijn voorlopige hechtenis beval. De verdachte verbleef in het huis van bewaring te Vught. Het hof nam kennis van de stukken en hoorde partijen in raadkamer.
De raadsman van de verdachte stelde dat de gang van zaken rond de verlenging in strijd was met een goede procesorde en dat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moest worden. Het hof verwierp dit standpunt omdat het openbaar ministerie vrij staat om bij gewijzigde omstandigheden opnieuw verlenging te vorderen.
Het hof bevestigde dat de raadkamer bevoegd is om buiten terechtzitting om een bevel tot gevangenneming te geven of te verlengen. De verlenging werd voor 45 dagen toegewezen. Het hof wees het beroep tegen de verlenging af, maar besloot de voorlopige hechtenis te schorsen onder nader te bepalen voorwaarden vanaf 2 juli 2018. Tevens werd een herstelbeschikking gegeven om een kennelijke misslag in de schorsingstermijn te corrigeren.
Uitkomst: Het hof wijst het beroep tegen verlenging van voorlopige hechtenis af en schorst de hechtenis onder voorwaarden vanaf 2 juli 2018.