Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- De minderjarige [A] (hierna: [kind a] );
- De minderjarige [B] (hierna: [kind b] ),
Gerechtshof Amsterdam
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarin zijn verzoek om vervangende toestemming tot erkenning van zijn kinderen en een omgangsregeling werd afgewezen. De vrouw en de kinderen zijn naar Turkije geëmigreerd, waardoor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter voor het omgangsverzoek is komen te vervallen sinds de inwerkingtreding van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 voor Turkije.
De man heeft gesteld dat hij de biologische vader is en dat de vrouw erkenning heeft willen frustreren door emigratie. De bijzondere curator heeft echter zorgen geuit over de emotionele impact van erkenning op de kinderen en de moeder, mede doordat een raadsonderzoek niet kon worden uitgevoerd vanwege het ontbreken van contact met de vrouw.
Het hof oordeelt dat het niet mogelijk is vast te stellen of vervangende toestemming de belangen van de moeder bij een ongestoorde verhouding met de kinderen schaadt of de ontwikkeling van de kinderen in gevaar brengt. Gezien het onomkeerbare karakter van vervangende toestemming wijst het hof het verzoek van de man af en verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd voor het omgangsverzoek.
Uitkomst: Het hof verklaart de Nederlandse rechter onbevoegd voor het omgangsverzoek en wijst het verzoek om vervangende toestemming tot erkenning af.