ECLI:NL:GHAMS:2018:2203
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ouderlijk gezag noodzakelijk voor continuïteit specialistische zorg minderjarige
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij het ouderlijk gezag over haar twee kinderen, waaronder de kwetsbare minderjarige [minderjarige a], is beëindigd. De moeder betwistte de beëindiging en verzocht om vernietiging van de beschikking of nader onderzoek naar haar opvoedvaardigheden.
Het hof overwoog dat [minderjarige a] een verstandelijke beperking en autisme spectrum stoornis heeft, functioneert op het niveau van een driejarige en complexe gedragsproblemen vertoont. Hij is sinds 2014 uit huis geplaatst vanwege verwaarlozing en mishandeling in de thuissituatie. Ondanks diverse hulpverleningspogingen is de opvoedsituatie bij de moeder niet verbeterd en is zij onvoldoende in staat gebleken verantwoordelijkheid te nemen.
De moeder heeft sinds de uithuisplaatsing weinig contact gehad met [minderjarige a] en de samenwerking met hulpverleners verliep moeizaam. Het hof achtte het in het belang van het kind dat de stabiliteit en continuïteit in de huidige gespecialiseerde woongroep gehandhaafd blijft, waar hij de noodzakelijke zorg en begeleiding ontvangt.
Het verzoek van de moeder om het gezag te behouden of nader onderzoek te verrichten werd afgewezen. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en oordeelde dat de beëindiging van het gezag noodzakelijk is om de ontwikkeling en verzorging van de minderjarige te waarborgen.
Uitkomst: Het gerechtshof bekrachtigt de beëindiging van het ouderlijk gezag over de minderjarige vanwege diens complexe problematiek en het belang van continuïteit in specialistische zorg.