Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2018:2323

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
22 juni 2018
Publicatiedatum
9 juli 2018
Zaaknummer
23-003304-17
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 OpiumwetArt. 3 OpiumwetArt. 395a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanbieden verdovende middelen in Amsterdam

In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het aanbieden van verdovende middelen op of omstreeks 27 juli 2014 in de Leidsestraat te Amsterdam. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter dat slechts een aantekening bevatte.

Tijdens de terechtzittingen van 18 april en 22 juni 2018 heeft het hof alle stukken en pleidooien van de advocaat-generaal en de verdediging zorgvuldig gewogen. De tenlastelegging betrof het zich ophouden aan de weg met het oogmerk om middelen als bedoeld in de Opiumwet te kopen of te koop aan te bieden.

Het hof oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was om de tenlastelegging te bewijzen. Daarom vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het aanbieden van verdovende middelen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003304-17
datum uitspraak: 22 juni 2018
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam van 17 november 2015 in de strafzaak onder parketnummer 13-090511-15 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
adres: [adres],
thans uit anderen hoofde gedetineerd in Detentiecentrum Alphen aan den Rijn te Alphen aan den Rijn.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
18 april 2018 en 22 juni 2018.
Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 juli 2014 te Amsterdam zich op en/of aan de weg, te weten de Leidsestraat, heeft opgehouden, terwijl aannemelijk is, dat zulks gebeurde om middelen als bedoeld in art. 2 of Pro 3 van de Opiumwet althans daarop gelijkende waar, en/of slaapmiddelen en/of kalmeringsmiddelen en/of stimulerende middelen of daarop gelijkende waar te kopen en/of te koop aan te bieden.
De hierboven gebruikte termen worden - voor zover van toepassing - geacht te zijn gebruikt in de zin van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Amsterdam 2008.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge 395a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.

Vrijspraak

Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen de verdachte ten laste is gelegd, zodat de verdachte hiervan moet worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. J.L. Bruinsma, mr. J.H.C. van Ginhoven en mr. A. van Verseveld, in tegenwoordigheid van mr. D. Boessenkool, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
22 juni 2018.
De oudste raadsheer is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.