ECLI:NL:GHAMS:2018:2323
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- J.L. Bruinsma
- J.H.C. van Ginhoven
- A. van Verseveld
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs aanbieden verdovende middelen in Amsterdam
In deze strafzaak stond verdachte terecht wegens het aanbieden van verdovende middelen op of omstreeks 27 juli 2014 in de Leidsestraat te Amsterdam. Het hof behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de kantonrechter dat slechts een aantekening bevatte.
Tijdens de terechtzittingen van 18 april en 22 juni 2018 heeft het hof alle stukken en pleidooien van de advocaat-generaal en de verdediging zorgvuldig gewogen. De tenlastelegging betrof het zich ophouden aan de weg met het oogmerk om middelen als bedoeld in de Opiumwet te kopen of te koop aan te bieden.
Het hof oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was om de tenlastelegging te bewijzen. Daarom vernietigde het hof het vonnis waarvan beroep en sprak verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor het aanbieden van verdovende middelen.