De Ondernemingskamer Amsterdam behandelde een geschil binnen de familievennootschap [C], die onroerend goed verhuurt. De aandeelhouders, bestaande uit familieleden en hun erven, stonden lijnrecht tegenover elkaar, wat leidde tot een patstelling in de algemene vergadering. Hierdoor konden belangrijke besluiten, zoals de verkoop van onroerend goed en het vaststellen van jaarrekeningen, niet worden genomen.
Verzoeksters [A] en [B] stelden dat de bestuurder [D] zonder benodigde goedkeuringen handelde, onder meer door het sluiten van een koopovereenkomst en het opzeggen van een huurovereenkomst. [C] verweerde zich met het argument dat overleg onmogelijk was door familieruzies en dat besluiten in het belang van de vennootschap werden genomen. De Ondernemingskamer constateerde dat de situatie leidde tot twijfel aan het juiste beleid en de gang van zaken binnen [C].
Als onmiddellijke voorziening werd een onderzoek gelast naar het beleid vanaf 1 januari 2016 en werd een onafhankelijke bestuurder benoemd met doorslaggevende stem. Tevens werden bijna alle aandelen overgedragen aan een beheerder om besluitvorming mogelijk te maken. De kosten van onderzoek, bestuurder en beheerder komen voor rekening van [C]. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.